Franse boekweit

Franse boekweit staat op open, zonnige, kalkarme, matig voedselrijke, omgewerkte grond. Ze groeit in wildakkers, in havens, op boekweit- en aardappelakkers, op spoorwegterreinen en ruderale plaatsen. De plant stamt oorspronkelijk uit Siberië en Centraal-Azië, waar het areaal zeer sterk verbrokkeld is. Uit deze streken is ze in de 19e eeuw als onkruid in Boekweitakkers terecht gekomen in bijna heel Europa en hier vervolgens ingeburgerd. In Nederland is ze sinds 1946 verdwenen met de Boekweitcultuur en treedt sindsdien alleen nog als zeldzame adventief op. Frans boekweit verschilt van Boekweit in bladvorm, de nootjes hebben getande randen en zijn ± 3 x zolang als het groenige bloemdek, bij Boekweit zijn de randen recht en scherp en zijn de nootjes ± 2 x zolang als bloemdek. De bestuiving geschiedt door bijen en vliegen. De plant wordt gebruikt voor veevoer maar ook voor menselijke consumptie. De bladeren zijn rauw of gekookt eetbaar, evenals de olie en de vruchten, die ook gemalen worden tot meel.