Gele hoornpapaver

Hoornpapaver staat op zeer open, zonnige, droge tot vochtige, zeer voedsel- en stikstofrijke, brakke, zwak basische tot kalkrijke zand- en kleibodems en op stenige plekken. De giftige plant groeit op met zand overstoven vloedmerken aan de duinvoet, op omgewerkte of enigszins ruderale grond in de duinen, in akkers, op rolsteenstranden en klippen. Nederland valt geheel binnen de Atlantische uitloper van het Europese areaal van deze kustplant. De soort is zeer zeldzaam langs de Nederlandse kust, maar vaak onbestendige en soms ook adventief. De plant is onmiskenbaar door haar groenblauwe kleur, de stengelomvattende bladeren, de grote gele bloemen en de lijnvormige vruchten. Ze bevat oranje melksap dat vroeger (en nog?) gebruikt tegen wratten. Hoornpapaver wordt door insecten bestoven en kan als een steppenroller zijn zaden verspreiden, die verder verspreid kunnen worden door de wind en door mieren. Ook kunnen de olierijke zaden lang blijven in zeewater blijven drijven en behouden hun kiemkracht lang.