Gewone klit

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een tros- tot pluimvormige bloeiwijze met kort tot vrij lang gesteelde hoofdjes van 2-3 cm breed. De omwindselbladen hebben vaak een paarse top en zijn gewoonlijk, maar niet altijd, vrij dicht spinragachtig behaard. De bloemkroon is meestal niet beklierd, een verschil met Donzige klit. De bloemhoofdjes groeien min of meer in kluwens. Ze hebben een heel korte steel of geen steel en zijn groen of paarsrood aangelopen. Kleine klit: De bloemhoofdjes zijn kleiner (1,5-2 cm breed). Het zijn vrijwel zittende of hoogstens kort gesteelde, min of meer in kluwens staande hoofdjes, waarvan het omwindsel weinig of geen spinragachtige beharing draagt. Bladeren: De onderste bladen worden tot 50 cm lang. Ze zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen en vrijwel kaal. Ze zijn meer lang dan breed en hebben een holle steel.

Groeiplaats
Zonnige tot licht beschaduwde, vaak vrij open open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond.

Voorkomen
Kleine klit: Zeer zeldzaam in Oost-Nederland en Zuid-Limburg. Middelste klit: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten.