Grauwe abeel

Herkenning
Bloemen: Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De katjes zijn iets langer en hariger dan die van Witte abeel. De katjesschubben zijn onregelmatig getand, diep ingesneden en gewimperd. Bladeren: Alle bladeren zijn gelijk van vorm. Ze zijn afgerond driehoekig tot rondachtig en grof, ondiep en onregelmatig getand. De bovenkant is donkergroen, de onderkant grijsviltig. Aan de voet zijn de bladeren afgeknot tot zwak hartvormig.

Groeiplaats
Zonnige plaatsen op droge, matig voedselrijke, meestal kalkhoudende grond.

Voorkomen
Vrij algemeen. Ook vaak aangeplant. Ingeburgerd in de 18de eeuw.