Grondster

Grondster prefereert open, zonnige, ’s zomers matig droge tot vochtige, ‘ s winters vaak onder water staande, matig voedselarme, kalkarme en uitgesproken stikstofarme, zure zandgrond. Deze pionier groeit in afgravingen en heiden, op de bodem van droogvallende greppels, in akkers, langs zandwegen en paden in heidestreken en langs ongeasfalteerde fietspaden en spoorwegen. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal op het continent. De plant is vrij zeldzaam op de Pleistocene zandgronden in het oosten en zuiden van ons land en is elders zeer zeldzaam. De sterke teruggang is waarschijnlijk te wijten aan ontwatering en het stoppen van kleinschalige ingrepen. De soort is altijd te herkennen aan haar stervormige liggende stengels die vaak rood aangelopen zijn en verder aan de opvallende, rechtopstaande, zijdelings samengedrukte, harde en dikke, witte, kelkbladen die aan de top rood zijn aangelopen en daar een lange naald dragen. Ze kan zich vegetatief vermeerderen doordat stengelfragmenten tot nieuw individuen kunnen uitgroeien. De plant bestuift zich meestal zichzelf, de zaden komen pas vrij bij het afvallen van de bloemen.