Grote waterweegbree

Grote waterweegbree staat in zonnige tot licht beschaduwde, open, vrij voedselarme tot voedselrijke, ondiepe, stilstaande tot vrij sterk stromende, stikstofrijke, zwak zure tot kalkhoudende, zoete wateren boven verschillende bodemtypen en kan ook op droogvallende, maar nat blijvende plaatsen groeien. De mogelijk zwak giftige plant groeit in diverse wateren, op drijftillen, in greppels en aan oevers, in afgravingen en droogvallende stroomgeulen, op baggerterreinen en in grienden. Als oeverpionier voelt ze zich thuis in zeer uiteenlopende vegetaties. Het is oorspronkelijk een soort van de gematigde streken van het Noordelijke Halfrond en is zeer algemeen in Nederland. Grote waterweegbree wordt door insecten bestoven en de gevormde, sterk afgeplatte vruchten worden hoofdzakelijk door het water verspreid maar ook door watervogels. Het taxon is o.a. gekenmerkt door de alleen ’s middags geopende bloemen die een rechte stijl met zeer fijne papillen bezitten (loep!) en de, slechts 1 groef dragende vruchten, die een ruimte in het midden van de bloem open laten.