Hop

Hop staat op zonnige tot half beschaduwde, vochtige tot vrij natte, voedsel- uitgesproken stikstofrijke, basenrijke, zwak zure tot zwak basische, humeuze grond die kan bestaan uit lemig zand, leem, klei en soms ook veen. Deze overblijvende liaan kan vrij langdurige overstromingen verdragen en staat vaak ook op stenige plaatsen. Ze groeit in allerlei bostypen, in bosranden en heggen, in struwelen en hakhout, in boswallen en plantsoenen, in de zeeduinen en op kapvlakten. Verder op oevers van en steenglooiingen bij de grote rivieren, langs spoorbermen en tegen muren. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. De tweehuizige soort is algemeen in ons land maar zeldzaam in het Waddengebied, in de noordelijke kleigebieden en in Flevoland. Hopbellen worden al sinds de 9e eeuw gebruikt om bier te kruiden. De bittere geurstof uit de hopbellen is kalmerend en maagversterkend. Vroeger werd Hop aangewend tegen zeer uiteenlopende kwalen en de jonge scheuten werden gegeten.