Hopklaver

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Dichte bol- tot eivormige trosjes met tien  tot vijftig  (meestal dertig tot veertig) bloemen. Meestal zijn ze meer hoog dan breed en komen buiten de bladeren uit. De gele bloemen zijn 2-3 mm. Na de bloei blijven ze in dezelfde stand. Bladeren: De blaadjes zijn drietallig. De tot 2 cm lange deelblaadjes zijn meestal omgekeerd eirond, iets uitgerand en met een kort, driehoekig topspitsje. De steunblaadjes kunnen al of niet getand zijn.

Groeiplaats
Zonnige plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende, licht bemeste en humusarme grond (zand, leem, zavel, klei, mergel en stenige plaatsen).

Voorkomen
Algemeen, maar vrij zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Fryslân en op de hoge zandgronden in Midden-Nederland.