Kleine maagdenpalm

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien op 1-2 cm lange stelen in de bladoksels. Eén bloem per bladpaar. De kroon is vijftallig, lichtblauw en 2-3 cm. De bloemen zijn trompetvormig. De kelk is diep gespleten. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De stijl is aan de top verbreed. Korte, kromme meeldraden. Bladeren: De wintergroene bladeren staan tegenover elkaar. Ze zijn kaal, kort gesteeld, leerachtig, elliptisch tot langwerpig, vrij spits en met een kale rand.

Groeiplaats
Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, humeuze, zwak zure tot kalkhoudende grond (leem en lemig zand) met een goed verterende strooisellaag.

Voorkomen
Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Twente, de Achterhoek en bij Nijmegen. Elders voor het grootste deel niet oorspronkelijk wild, maar verwilderd en ingeburgerd vanuit tuinen.