Knolcyperus

Knolcyperus staat op zonnige, open, droge tot vochtige, voedselrijke, vaak bewerkte grond. Deze Cyperus kan op tal van grondsoorten staan, maar prefereert zand. Ze groeit in Nederland vooral in mais- en aardappelakkers en in de lelieteelt. De oorsprong van de knolcyperus is onduidelijk maar in ieder geval stamt ze uit warmere streken en neemt de laatste tijd steeds meer toe in gematigde gebieden. De soort is vrij zeldzaam in oostelijk Noord-Brabant en Noord-Limburg en enkele aangrenzende streken. Na 1970 is ze ingevoerd als verontreiniging in gladiolenbollen. Ze kan zich zeer invasief gedragen, is zeer concurrerend met verbouwde gewassen voor licht, water en voedselstoffen en is bovendien zeer moeilijk te verwijderen. Het is ook een heel oude cultuurplant, gekweekt voor de smakelijke knolletjes. In Zuid-Europa gebeurt dit nog steeds en er wordt ook een drankje (horchata) van gemaakt. De cosmetische industrie maakt er gebruik van en vroeger werden de knolletjes als medicijn aangewend.