Korenbloem

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande bloemen zijn blauw of heel soms wit of paarsrood. De bloemhoofdjes zijn 1,5-3 cm. De ongeveer acht  randbloemen zijn veel langer dan de binnenste. Ze zijn wijd trompetvormig en hebben driehoekige slippen. De eivormige omwindselbladen hebben grotendeels dezelfde kleur als de stengel en bladeren behalve de binnenste, die vaak paars aangelopen zijn. De zwartbruine top van de omwindselbladen is diep kamvormig gefranjerd. Bladeren: De bladeren zijn langwerpig, 2-5 mm breed en niet of weinig getand. De onderste bladeren zijn veerspletig, van onderen grijs spinnenwebachtig behaard en gesteeld.

Groeiplaats
Zonnige, open plaatsen op matig droge, matig voedselrijke, kalkarme tot kalkrijke grond (zand, leem, mergel, löss, zavel en puin, niet op zware klei of veen).

Voorkomen
Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land en in Zuid-Limburg.