Kruipganzerik

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een los bebladerd bijscherm. Door de liggende groeiwijze lijken de bloemen afzonderlijk tegenover de bladeren en in de vertakkingen te groeien. De gele bloemen groeien aan lange, dunne stelen. Ze zijn 1-1½ cm en meestal viertallig, maar aan dezelfde plant zie je soms vier- en vijftallige bloemen. De kroonbladen vertonen bij de voet een oranje vlek. Bladeren: De rozetbladen zijn meestal handvormig vijftallig met langere steeltjes, de stengelbladen zijn drietallig met korte steeltjes van 1-2 cm. De deelblaadjes zijn dunner en vlakker dan die van Vijfvingerkruid. Ze hebben vrij diepe, iets toegespitste zaagtanden. De tand aan het eind van het middelste deelblaadje steekt nauwelijks buiten de 2 naast gelegen tanden uit. De onderste bladen hebben tweespletig gevingerde steunblaadjes, de andere stengelbladen hebben gave steunblaadjes.

Groeiplaats
Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vrij natte tot vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, grazige, vaak verstoorde grond (zand, leem, veen en klei).

Voorkomen
Plaatselijk vrij algemeen op de Waddeneilanden, in laagveengebieden, Drenthe, Zuidoost- Fryslân, Gelderland, Noord-Brabant en Zeeuws Vlaanderen. Elders zeldzaam. Niet in Zuid-Limburg.