Moerassmele

Moerassmele komt voor op matig voedselarme, zwak tot matig zure natte laagten op lemige zandgronden. Deze groeiplaatsen staan ‘s winters onder water en drogen ’s zomers zeer oppervlakkig uit. Dit zijn bijvoorbeeld venoevers, leemputten en blauwgraslanden. De soort kon tot halverwege de vorige eeuw nog lokaal algemeen voorkomen in het pleistocene deel van Nederland. Van deze groeiplaatsen resteert echter nog maar weinig aangezien Moerassmele zeer gevoelig is voor verdroging, bemesting en verzuring. Tegenwoordig staat ze dan ook als ernstig bedreigd op de Rode lijst. Venherstel in het Turnhouts vennengebied en de Kampina leert echter wel dat de soort weer kan opduiken als de juiste standplaatscondities worden hersteld. Dit biedt dus enige hoop voor de toekomst. Moerassmele kan met Bochtige smele worden verward. Moerassmele heeft echter een zeer spits tongetje, dichter opeen zittende aartjes en minder gekronkelde pluimtakken. De haarfijne blaadjes hebben een blauwgrijze tint en staan meer rechtop (“penseelachtig”).