Moeslook

Moeslook staat op zonnige tot beschaduwde, droge tot matig droge, vrij warme en vrij open, stikstof- en voedselrijke, humushoudende en kalkrijke, vaak omgewerkte bodems die kunnen bestaan uit zand, zavel, mergel, lichte klei en of stenig zijn. De plant groeit in akkers en kalkgraslanden, in struwelen en bosranden, in hakhoutbosjes en onder heggen, in bermen, graften en op dijken. Verder op verstoorde of verruigde plekken van rivierduinen en oeverwallen, op muren, rotsachtige plaatsen en in wijngaarden. Nederland ligt aan de noordwestgrens van het Europese deel van het areaal. De soort is zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied, in Zeeland en in de Hollandse duinen. Elders zeer zeldzaam. De achteruitgang is mogelijk te wijten aan het ruimen van kleinschalige landschapselementen. De ronde stengels dragen 3-4, met merg gevulde bladeren, die bovenaan ± vlak en onderaan gootvormig zijn. De bloeischeden zijn langer dan de bloeiwijze met lang gesteelde, tenslotte overhangende bloemen en broedbolletjes of uitsluitend met broedbolletjes. Zie ook Berglook!