Peer

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een korte schermvormige tros met witte, 2 tot 4 cm grote bloemen. De helmknoppen zijn rood of paars en de stijlen staan vrij. De bloemstelen hebben steelblaadjes. Bladeren: De rondachtig of eironde bladeren worden 2,5 tot 6 cm lang. Ze zijn toegespitst, scherp gezaagd, zonder uitspringende nerven, eerst zijn ze behaard, maar later worden ze vaak kaal. De bladsteel is ongeveer even lang als de bladschijf. De ongeveer 1 cm grote steunblaadjes zijn dicht witachtig behaard en vallen meestal spoedig af.

Groeiplaats
Zonnige tot half beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, luchtige en vaak kalkhoudende grond (leem, zavel, klei, löss, stenig en mergel).

Voorkomen
Vrij zeldzaam. De wilde peer  is verdwenen. In de 17de eeuw groeide de wilde vorm in het Zalkerbos aan de IJssel bij Zwolle.