Rijncentaurie

Rijncentaurie prefereert open, droge, warme, matig voedselrijke, kalkhoudende, vaak stenige leem-, löss- en zandbodems. Ze groeit op dammen en muren, in struwelen en kalkgraslanden en in de bergen. Ons land valt binnen een westelijke uitlopers van het areaal dat zijn zwaartepunt in Centraal- en Oost-Europa heeft. In Nederland zijn enkele natuurlijke vindplaatsen gelegen langs de Rijn. Deze Centaurie is een Continentaal-Submediterrane soort van neerslagarme streken en is met verontreinigd zaad in Noord-Amerika terecht gekomen waar ze zich invasief gedraagt. Ze is zeer variabel in vorm en kleur van het omwindsel en de lengte van het pappus. De plant is te herkennen aan het feit dat de bladeren veerdelig tot dubbelveerdelig zijn en dat ze al vanaf het midden van de stengel sparrig vertakt is, waardoor de hoofdjes in pluimen zijn gerangschikt. Verder hebben genoemde hoofdjes een klein formaat. De zaadproductie is hoog, ze worden door wind en dieren verspreid en behouden lang hun kiemkracht.