Ruige rupsklaver

Ruige rupsklaver staat op open, zonnige, warme tot extreem warme, droge tot vochtige, matig stikstofrijke, zwak basische tot zwak zure bodems die uit allerlei grondsoorten kan bestaan. De variabele plant groeit in woestijnen en gebergten, in natuurlijke en gecultiveerde bossen en struwelen, in graslanden en ruigten. Verder op bouwland, in gazons en boomgaarden, op kliffen en in bermen en op tal van ruderale plaatsen. De soort stamt oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied en Midden-Europa en is op tal van plaatsen elders ingeburgerd. Ze is zeer zeldzaam in het rivierengebied, het meest in zuidelijk Limburg en staat daar voornamelijk op ’s zomers droogvallende zand- en grindstrandjes. Deze Rupsklaver wordt door insecten bestoven en de rijpe vruchten worden als klit of door de wind verspreid. De vondsten langs de Maas zijn het gevolg van de door water meegevoerde verontreiniging afkomstig van de wolindustrie in België. Hoewel deze invoer thans gestopt is kan de plant zich hier op eigen kracht handhaven.