Smal tandzaad

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Het bloemhoofdje is geel. Lintbloemen worden er maar heel zelden gevormd. Het buitenomwindsel heeft 2 tot 6 blaadjes. Deze zijn vrij groot, bladachtig, bijna ongewimperd, vaak met enige tanden en meestal verscheidene malen groter dan de middellijn van de hoofdjes. De bloemstelen staan rechtop. Bladeren: De bladeren lijken veel op die van Veerdelig tandzaad. Meestal zijn ze ongedeeld. Vooral onder het midden zijn ze grof gezaagd tot gelobd. Ze hebben een gevleugelde steel. De onderste bladeren zijn soms veervormig gedeeld.

Groeiplaats
Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, matig voedselarme tot voedselrijke, met name stikstofrijke, zwak zure of iets kalkhoudende grond (het meest op zand en laagveen).

Voorkomen
Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden en vrij zeldzaam in Drenthe. Elders zeer zeldzaam. Voor het eerst in 1913 gevonden te Dordrecht. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.