Spaanse ruiter

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De paarsrode bloemhoofdjes staan meestal afzonderlijk op een lange bloemsteel en zijn 2 tot 3 cm groot. De omwindselbladen zijn langwerpig, spinnenwebachtig behaard en staan niet af. De buitenste zijn stekelpuntig. Bladeren: De bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig. Naar de voet zijn ze steelachtig versmald en hebben aan de basis 2 min of meer stengelomvattende oortjes. Verder kan de rand gaaf tot gelobd zijn en dan met breed driehoekige gave slippen en zachte stekels. Van boven zijn ze behaard en van onderen witviltig.

Groeiplaats
Zonnige plaatsen op vochtige tot vaak vrij natte, matig voedselarme, niet bemeste, meestal zwak zure of soms kalkhoudende grond (veen, venig zand, leem en klei). Het grondwaterpeil ligt het hele jaar vrij dicht onder het maaiveld.

Voorkomen
Zeldzaam in laagveenstreken, in Drenthe, Zuidoost-Fryslân, Noord-Brabant en op de Waddeneilanden en zeer zeldzaam in de Hollandse duinen, in het oosten en midden van het land en in het rivierengebied.