Stijve moerasweegbree

Stijve moerasweegbree staat op open, zonnige, periodiek overstroomde, matig voedselarme tot matig voedselrijke, soms zelfs iets brakke, al of niet (zwak) humeuze, zeer fosfaatarme, meestal zure maar soms ook kalkhoudende zand- en leembodems, soms op kattenklei. De plant kan ook blijvend onder water staan en vormt dan atypische, ongesteelde lijnvormige bladeren. Deze lichtminnaar groeit in moerassen, in en aan randen van allerlei wateren die zowel van natuurlijke als antropogene oorsprong kunnen zijn. De Atlantische soort komt noordelijk voor tot in Zuid-Scandinaviƫ en Schotland en heeft in Nederland haar bolwerk in de Pleistocene streken en in de duinen. Ze is zeer sterk achteruitgaan, wat te wijten is aan grondwaterwinning en door de toegenomen eutrofiƫring. Ze is schaduwgevoelig, verdraagt maandenlang droogvallen van haar standplaats maar bezit weinig concurrentiekracht. Insectenbezoek is schaars en naast kruisbestuiving vindt vooral zelfbestuiving plaats. De zaden worden door water of vogels verspreid. Het geslacht is altijd te onderscheiden door de karakteristieke wantsengeur bij kneuzing.