Stinkend streepzaad

Stinkend streepzaad staat op open, zonnige, warme, droge, voedsel- en stikstofarme, kalkrijke grond en op stenige plaatsen. Deze pionier groeit op ruderale plekken, in ruigten en struwelen, op zuidhellingen, in akkers en akkerranden, op braakliggende terreinen, op open plekken van bermen, en grindafzettingen en in grind- en mergelgroeven. De noordgrens van het aaneen gesloten Europese deel van het areaal loopt door Zuid-Nederland, verder noordwaarts treedt de soort alleen efemeer op. De soort is en was zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en is hier plaatselijk verdwenen door het saneren van allerlei overhoekjes. In de ENCI-groeve op de Sint Pietersberg heeft ze zich echter flink uitgebreid en vormt ze een zeer open vegetatie op dikke lagen van gestort los krijtpuin. Dit streepzaad is altijd goed te herkennen aan o.a. de voor de bloei knikkende hoofdjes en vooral aan het geelgroene melksap dat vrijkomt bij kneuzing en dat bepaald een onsmakelijk geur verspreidt.