Tengere distel

Tengere distel staat op open, zonnige, droge, stikstofrijke, vaak ammoniakrijke, matig voedselrijke tot voedselrijke klei-, zand- of stenige bodems. Ze groeit bij voorkeur in de nabijheid van de zeekust op wat ruderale, grazige plekken in de duinen, op zeekliffen, op verstoorde plaatsen in bermen, in kalkrijke ruigten, op bouw- en haventerreinen en op dijken. Op het vasteland reikt het Europese deel van het areaal tot in Nederland. De soort is zeer zeldzaam op Wieringen waar ze op de afbrokkelde wierdijk staat die gevormd wordt door grote pakketten Groot zeegras die met klei is afgedekt en die door schapen beweid wordt. Ze wordt ook adventief aangetroffen. De plant wordt bestoven door vlinders, bijen en hommels. Een gedeelte van de gevormde nootjes valt op de grond. De zaden worden kleverig na bevochtiging en worden door mieren verspreid. De achtergebleven zaden vallen samen met de hoofdjes af en worden als klitten aan dieren of door de wind verder gevoerd.