Winterakoniet

Winterakoniet groeit op licht beschaduwde, vaak grazige plekken op vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, humeuze, kalkrijke grond. De soort staat in bossen op oude buitenplaatsen, in parkbossen en bosranden, in struwelen en kreupelhout, in bermen en tuinen, in wijngaarden en plantsoenen, in beschaduwde gazons en langs lanen. Op geschikte plaatsen zaait ze zich gemakkelijk uit, vooral op zandige kleigrond of leemhoudende grond. Winterakoniet is zeldzaam in Nederland. In Zuid-Limburg, het rivierengebied en de kuststreken – vooral in het noordwesten van Friesland – komt zij vrij veel als stinzenplant voor. Winterakoniet komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuidoost-Europa. Al sinds de zestiende eeuw wordt zij in andere streken ingevoerd. Winterakoniet is een kenmerkend voorbeeld van een plant waarvan het oorspronkelijke areaal ver van Nederland ligt en die zich gemakkelijk handhaaft en door uitzaaiing uitbreidt, maar zich niet spontaan op nieuwe groeiplaatsen vestigt. In Nederland is zij een algemeen gekweekte tuinplant.