Zachte naaldvaren

Zachte naaldvaren prefereert licht beschaduwde, vochtige, matig stikstofrijke, voedselarme, humeuze, matig zure tot zwak en meestal kalkhoudende grond. Ze groeit in, al of niet beekbegeleidende loof- en naaldbossen, in bosaanplantingen, met name op steile kanten en langs greppels, holle wegen en op oude muren. De plant stamt uit Noord-Afrika, Zuidwest-Aziƫ, Zuid- en West-Europa, maar komt vermoedelijk ook in andere werelddelen voor. In Nederland is de soort zeer zeldzaam en aangetroffen in onder andere Flevoland, Zuid-Limburg en stedelijke gebieden. De bladsteel, die een kwart tot half zo lang als de bladschijf is, overwintert niet en is dicht met geelbruine schubben bezet. De bladen lijken veel op die van de Stijve naaldvaren, maar zijn meestal groter en minder leerachtig, lichtgroen en dof. Verder hangen ze over en zijn naar de voet niet of nauwelijks versmald en fijner ingesneden en de hoek met de bladspil van de blaadjes van de 1e orde is groter dan 60 graden.