Purperslakken Inventarisatie en Monitoring Project

PIMP staat voor Purperslakken Inventarisatie en Monitoring Project. Het project is opgezet vanwege de sterke achteruitgang van de Purperslak door het gebruik van Organotin-verbindingen in aangroeiwerende producten voor schepen.
De dieren leven in het litoraal van rotskusten, vanaf halverwege de litorale zone tot enkele tientallen meters daar beneden. Het meest algemeen zijn de dieren op plaatsen met veel zeepokken en mossels. Hard substraat in de getijdenzone en ondiep water van rotskusten.

Purperslakken komen autochtoon voor op diverse plaatsen langs de Belgische en Zeeuwse kust en geïsoleerd op Texel.

Op het strand: Op plaatsen waar de soort leeft, ook vaak aangespoelde exemplaren. Langs de verdere kust spoelen zo nu en dan lege huisjes aan.

Rond 1970 wordt tributyltin (TBT) toegepast in coatings van schepen, om aangroei (fouling) op de scheepwand te remmen. Het middel had sterk negatieve gevolgen voor mariene ecosystemen. TBT verstoort onder meer de hormoonhuishouding van weekdieren. De Purperslak geldt, samen met de Wulk, als de meest gevoelige soort op dit gebied. Deze gevoeligheid maakt de Purperslak tot belangrijke indicatorsoort, die nu als bedreigde soort is opgenomen in de OSPAR-lijst. Ondanks het TBT-verbod, is de stof nog lang niet uit het sediment verdwenen.

Soortinformatie:  Klik hier voor informatie over de Purperslak

Doelstellingen van het PIMP:

  • Het in kaart brengen van vroegere en huidige Purperslak-populaties in Nederland
  • Het jaarlijks volgen van de dichtheden van de populaties